Bekwaam betekenis
De betekenis van bekwaam verwijst naar iemand die zijn vak of een taak echt beheerst, omdat hij de kennis heeft opgedaan en het werk vaak genoeg heeft gedaan. Een bekwame arts weet dus niet alleen hoe iets moet, hij laat het ook in de praktijk zien.
Bekwaam is een bijvoeglijk naamwoord, en het tegenovergestelde is onbekwaam. Het woord komt al voor in teksten uit de dertiende eeuw, maar betekende toen nog iets als aangenaam of passend. Daaruit ontwikkelde zich de betekenis die we nu kennen. Je hoort het vooral waar het op vakmanschap aankomt: in de zorg mag je bepaalde handelingen alleen uitvoeren als je er bekwaam voor bent, en voor leraren gelden wettelijke bekwaamheidseisen. Ontbreekt er nog iets? Stuur het in en maak kans op een Bol.com waardebon t.w.v. €100!
Wat betekent bekwaam in het dagelijks gebruik?
De betekenis van bekwaam draait om kunnen. Iemand is bekwaam als hij een taak goed volbrengt dankzij wat hij heeft geleerd en geoefend. Over die kern zijn de naslagwerken het eens. Het woord zegt iets over een persoon en over wat die persoon laat zien, niet over wat hij op papier heeft staan. Je zet het meestal voor een zelfstandig naamwoord, zoals in een bekwame arts, of achter een werkwoord: zij is erg bekwaam. Het kan ook bijwoordelijk, als je iets zegt over de manier waarop iemand te werk gaat. Bekwaam is niet voorbehouden aan hoogopgeleide beroepen. Een werkman die zijn gereedschap door en door kent, noem je net zo goed bekwaam als een specialist in het ziekenhuis.
Welke synoniemen heeft bekwaam, en wat is onbekwaam?
Er zijn veel woorden met ongeveer dezelfde lading. De bekendste zijn kundig, vaardig, bedreven, capabel en competent. Wil je het vakmatige benadrukken, dan passen deskundig, vakkundig of professioneel beter. Tussen bekwaam en competent maken de woordenboeken geen onderscheid; ze zetten de twee gewoon naast elkaar. Wat er met competenties wordt bedoeld, lees je bij competenties betekenis.
Synoniemen.net deelt de synoniemen op in twee groepen. De grote groep draait om kundigheid. De kleine bestaat alleen uit geschikt en gepast, en dat is een overblijfsel van de oude betekenis passend. Het tegenovergestelde van bekwaam is onbekwaam. Kan iemand iets niet goed, dan kun je ook incompetent, incapabel of ondeskundig gebruiken.
Bekwaam of bevoegd: waar zit het verschil?
Bekwaam en bevoegd worden vaak door elkaar gehaald, maar ze zeggen iets anders. Bekwaam gaat over kunnen: je hebt de kennis en de vaardigheid om iets goed te doen. Bevoegd gaat over mogen: een diploma, een registratie of de wet geeft je het recht om het te doen. Het een kan zonder het ander. Iemand met het juiste papier kan een handeling al jaren niet meer hebben uitgevoerd, en iemand met veel ervaring kan het vereiste diploma missen.
Niet elke bron trekt die grens even scherp. Muiswerk geeft bij bekwaam een tweede, juridische betekenis, namelijk de bevoegdheid om te handelen. Vertalen.nu rekent bevoegd en gemachtigd zelfs tot de synoniemen. In de zorg zijn het daarentegen twee aparte eisen, en daar is bekwaamheid een voorwaarde om een handeling bevoegd te mogen uitvoeren. Het Nivel vatte dat samen in de kop “onbekwaam blijft onbevoegd”.
Wat vraagt de zorg van een bekwame zorgverlener?
De overheid onderscheidt 14 voorbehouden handelingen. Wie als zorgverlener in het BIG-register staat, mag die handelingen alleen doen als hij er bekwaam voor is. Bekwaam houdt hier in dat je de handeling en de technieken kent, weet waarvoor ze dient en verstand hebt van de anatomie, de risico’s, de complicaties en de zorg voor en na. Daarbij doe je niet alleen de handeling zelf goed, maar ook wat erbij hoort, zoals de beslissing nemen en uitleg geven.
Die kennis doe je op tijdens een erkende opleiding, of later via bijscholing en training, of simpelweg door de handeling vaak te herhalen. Doe je iets lange tijd niet, dan kun je je bekwaamheid ook weer kwijtraken. Draagt een arts werk over aan een collega, dan moet hij volgens hoogleraar gezondheidsrecht Gevers nagaan of die collega bekwaam is. Een ander woord dat je in de zorg vaak hoort, staat uitgelegd bij triage betekenis.
Wat maakt iemand bekwaam, en niet alleen knap of kundig?
Nu gebruik je bekwaam, kundig en knap vaak als synoniemen. Synoniemenwoordenboeken uit de vroege twintigste eeuw maakten er wel onderscheid tussen, en dat verschil helpt nog steeds om het woord scherp te krijgen. Kundig sloeg daar op theoretische kennis. Knap was wie veel had geleerd of er aanleg voor had. Geschikt noemde je iemand die door zijn vaardigheid bruikbaar was, en afgericht wie iets beheerste doordat het hem was bijgebracht en hij had geoefend. Bekwaam verenigde twee dingen: kennis plus praktijkervaring.
Een voorbeeld uit die tijd maakt het tastbaar. De bronnen zetten een kundig rechtsgeleerde tegenover een bekwaam rechtsgeleerde. De eerste kent de wet, de tweede weet er in de praktijk ook iets mee te doen.
Wat betekenen bekwaamheid en bekwaamheden?
Bekwaamheid is het zelfstandig naamwoord bij bekwaam, gevormd met de uitgang -heid. Het staat voor het bekwaam zijn zelf: je bekwaamheid is wat je kunt. Ook dit woord is oud. In de vijftiende eeuw schreef men al bequaemheit, en eind zestiende eeuw had bequaemheyt de betekenis geschiktheid.
Gaat het om meer dan één soort kunnen, dan gebruik je het meervoud bekwaamheden. Het onderwijs is daar een goed voorbeeld van. Het besluit met de bekwaamheidseisen voor onderwijspersoneel noemt drie soorten: vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische bekwaamheid. Een leraar heeft dus niet genoeg aan een enkele bekwaamheid, maar heeft ze alle drie nodig. In de zorg kom je het woord weer tegen in samenstellingen, zoals bekwaamheidsverklaring.
Waar komt het woord bekwaam vandaan?
Bekwaam is familie van het werkwoord komen. Het hoort bij becomen, een Middelnederlands werkwoord dat gepast zijn betekende; ook bekomen valt in die groep. Het oudste beeld achter bekwaam is dat van iets wat goed aansluit bij iets anders. Daaruit ontstond de betekenis geschikt, en uit geschikt groeide weer kundig.
Die verschuiving is in de bronnen terug te zien. In de dertiende eeuw betekende bequame nog aangenaam of nuttig. In de zin van geschikt duikt het woord eind veertiende eeuw op, en in de zeventiende eeuw verschijnt de betekenis in staat tot. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands dateert de betekenis van iemand die dankzij talent of training een beroep kan uitoefenen pas eind achttiende eeuw. De oude betekenis passend vind je nu eerder terug in adequaat. Hoe dat woord wordt gebruikt, lees je bij wat betekent adequaat.
Bekwame, bekwamer, bekwaamst: hoe gebruik je bekwaam goed in een zin?
Bekwaam heeft twee lettergrepen, be-kwaam, met de klemtoon op kwaam. Komt er een e achter, dan schrijf je een enkele a: een bekwame arts, een bekwamere collega. De overtreffende trap is bekwaamst, en met een buigings-e bekwaamste. Let ook op het voorzetsel. Je bent bekwaam in je vak, en bekwaam voor een functie of ambt.
Twijfel je in een zin tussen bekwaam en bevoegd, vraag je dan af of het om kunnen of om mogen gaat. Een diploma of de wet maakt je bevoegd, maar bekwaam ben je pas als je het werk ook echt goed doet.